Grote dingen die werden gehoord en gezien

 

 

“32 Want vraag toch naar eerdere dagen die geweest zijn vóór jouw aanschijn, vanaf de dag dat God op de aarde een roodbloedige mens schiep en van het ENE eind van de hemelen tot aan het andere eind van de hemelen: is er ooit iets geschied als dit grootse woord, of te horen geweest als dit?(-) 33 heeft ooit een gemeenschap de stem van God horen spreken vanuit het vuur zoals jíj hebt gehoord, en bleef hij in leven? 34 Of heeft ooit een god beproefd ertoe te komen zich een volk te nemen uit de schoot van een ander volk door beproevingen, tekenen, wonderen en oorlogen, met sterke hand en uitgestrekte arm en grote vreeswekkende daden,- zoals al wat de ENE, uw God, voor u heeft gedaan in Egypte voor uw eigen ogen? 35 Jíj kreeg het te zien, om te weten: ja, de ENE, dé God is hij,- géén is er verder buiten hem. 36 Vanuit de hemelen heeft hij zijn stem doen horen om je terecht te wijzen,- op de aarde heeft hij je zijn grote vuur doen zien en zijn woorden heb je gehoord vanuit het vuur.” (Deuteronomium 4:32-36 NB)

“Wéten zul je dat de ENE, God-over-jou, dat híj de God is de godheid die betrouwbaar is- die waakt over het verbond en de vriendschap voor wie hem liefhebben en zijn geboden bewaken, tot in het duizendste geslacht,” (Deuteronomium 7:9 NB)

“toen deed de ENE ons wegtrekken uit Egypte door een sterke hand en uitgestrekte arm, door een grote vreeswekkende daad,- door tekenen en wonderen;” (Deuteronomium 26:8 NB)

“(29:2) de grote beproevingen die je ogen hebben gezien; die grote tekenen en wonderen!” (Deuteronomium 29:3 NB)

“Zalig ben jij, Israël, wíe is als jij?- een gemeente bevrijd door de ENE, het schild dat jou helpt en wiens zwaard je hoogste trots is; mogen je vijanden zichzelf verloochenen voor jou, moge jóuw weg lopen over hun hoogten! ••” (Deuteronomium 33:29 NB)

“met alles van de sterke hand en met al dat ontzagwekkende en grote,- dat Mozes heeft gedaan voor de ogen van heel Israël.” (Deuteronomium 34:12 NB)

“maar ik zal mijn hand uitzenden en Egypte slaan met al mijn wonderen die ik in zijn binnenste ga doen: daarna pas zal het u heenzenden” (Exodus 3:20 NB)

“maar dan zal ik het hart van Farao verharden en mijn tekenen en mijn wonderen verméérderen op het land van Egypte;” (Exodus 7:3 NB)

“wanneer Farao het woord tot u richt en zegt: geeft voor uzelf een wonderbewijs!, dan zul jij tot Aäron zeggen: neem je staf en werp hem neer voor Farao’s aanschijn,- hij worde een draak!” (Exodus 7:9 NB)

“19 Dan zegt de ENE tot Mozes: zeg tot Aäron: neem je staf en strek je hand uit over de wateren van Egypte,- over hun stromen, over hun rivieren en over hun moerassen; over elke opeenhoping van wateren bij hen, dat ze bloed worden!- dan zal het bloed worden op heel het land van Egypte, tot in de bomen en in de stenen! 20 Ze doen zó, Mozes en Aäron, zoals de ENE heeft geboden: hij heft zijn staf op en slaat daarmee het water in de Stroom, voor de ogen van Farao en voor de ogen van zijn dienaars; veranderd zijn alle wateren in de Stroom in bloed! 21 De vis in de Stroom is gestorven, de Stroom is gaan stinken, en de Egyptenaren zijn niet bij machte geweest om water te drinken uit de Stroom; het wordt allemaal bloed, op heel het land van Egypte.” (Exodus 7:19-21 NB)

“2 spreek toch voor de oren van de gemeente uit dat ze vragen een man van zijn naaste en een vrouw van haar gelijke- voorwerpen van zilver en voorwerpen van goud! 3 De ENE geeft de gemeente genade in de ogen van Egypte; ook is de man Mozes nu zeer groot in het land van Egypte, in de ogen van Farao’s dienaren en in de ogen van de manschap. •• 4  Dan zegt Mozes: zo heeft gezegd de ENE: halverwege de nacht ben ik het die uittocht houdt door Egypte:” (Exodus 11:2-4 NB)

“Maar de ENE zegt tot Mozes: Farao zal niet naar u horen,- om mijn wonderen op het land van Egypte te vermeerderen!” (Exodus 11:9 NB)

“Dan zegt de ENE tot Mozes: tot wanneer blijven ze mij honen, deze gemeente?, en tot wanneer hebben ze geen vertrouwen in mij,- bij alle tekenen die ik in hun midden gedaan heb?” (Numeri 14:11 NB)

“terwijl in dat tijdsgewricht ik bleef staan tussen de ENE en u om u te melden wat werd gesproken door de ENE; want ge waart bevreesd voor het aanschijn van het vuur en hebt de berg niet beklommen; hij zei: ••” (Deuteronomium 5:5 NB)

“(5:23) want wíe van alle vlees is er die de stem van de levende God hoort spreken vanuit het vuur, zoals wij, en het overleeft?(-)” (Deuteronomium 5:26 NB)

“de grote beproevingen die jouw ogen hebben gezien, de tekenen en wonderen, de sterke hand en de uitgestrekte arm waarmee de ENE, je God, je heeft uitgeleid, zó zal hij doen, de ENE, je God, aan alle gemeenschappen voor wier aanschijn je bevreesd bent.” (Deuteronomium 7:19 NB)

“(29:2) de grote beproevingen die je ogen hebben gezien; die grote tekenen en wonderen!” (Deuteronomium 29:3 NB)

“10 Gij hebt tekenen en wonderen gegeven aan Farao, aan al zijn dienaren en aan heel de gemeenschap van zijn land, want gij hebt er weet van gehad hoe zij zich tegen hen misdragen hebben,- en gij hebt u een naam gemaakt die klinkt tot op deze dag! 11 De zee hebt gij voor hun aanschijn gekliefd, zodat zij midden door de zee over het droge konden trekken; hun achtervolgers hebt gij de diepten in geworpen als een steen, in wateren vol kracht.” (Nehemia 9:10-11 NB)

“hebt gij in uw overvloedige barmhartigheden hen niet achtergelaten in de woestijn; de wolkkolom is overdag niet van boven hen geweken, om hen te leiden over de weg; en de zuil van vuur niet in de nacht, om voor hen de weg te verlichten waarlangs zij gingen.” (Nehemia 9:19 NB)

“De pilaren des hemels wankelden,- waren ontzet van zijn schelden.” (Job 26:11 NB)

“3 De stem van de ENE klonk over het water, de God der glórie liet het dréunen, —de ENE, over wátervlóeden véle! 4 De stem van de ÉNE zo vol krácht, —de stem van de ÉNE zó vol lúister!” (Psalmen 29:3-4 NB)

“Tegenover hun váders deed hij een wónder, —in het land van Egýpte, het véld van Tsóan!-” (Psalmen 78:12 NB)

“toen hij in Egypte zijn tékenen stélde, —zijn wónderen in de vélden van Tsóan:” (Psalmen 78:43 NB)

“48 hij leverde aan de hágel hun vée uit, —hun kúdden áan de blíksems; 49 zond over hen de gloed van zijn toorn, verbolgenheid, grámschap, benáuwing, —een zwerm éngelen van állerlei kwáad! 50 Zijn toorn liet hij de vrije loop, hij onthield hun ziel níet aan de dóod, —hij gaf hun léven príjs aan de pést; 51 elke eersteling in Egypte slóeg hij, —het puik van poténtie in de ténten van Chám! 52 Zijn gemeente liet hij ópbreken als schápen, —dreef hen voort als de kúdde ín de woestíjn; 53 hij leidde hen véilig, zij kenden geen verschríkking: —de zee had hun víjanden óverdékt.” (Psalmen 78:48-53 NB)

“Die stelden bij hen zijn wóorden, zijn tékenen, —zijn wónderen in het lánd van Chám!” (Psalmen 105:27 NB)

“wonderen in het lánd van Chám, —ontzaglijke záken bíj de Ríetzee.” (Psalmen 106:22 NB)

“20 gij die tekenen en wonderen hebt gesteld in het land Egypte, tot op deze dag, bij Israël en bij de overige mensheid,- en die voor uzelf een naam hebt gemaakt zoals op deze dag, 21 en uw gemeente, Israël, hebt uitgeleid uit het land van Egypte,- onder tekenen en wonderen, met sterke hand en uitgestrekte arm en onder groot ontzag,” (Jeremia 32:20-21 NB)

“Het geluid van de vleugels van de cheroeviem is te horen geweest tot aan de buitenste voorhof: als van God-almachtig wanneer hij spreekt.” (Ezechiël 10:5 NB)

“6 op die dag heb ik mijn hand voor hen opgeheven om hen uit te leiden uit het land Egypte,- naar een land dat ik voor hen had verkend, en dat vloeide van melk en honing,- een juweeltje onder alle landen; 7 en ik zei tot hen: laat ieder de afschuwelijkheden voor zijn ogen wegwerpen, en de keutelgoden van Egypte, besmet u daaraan niet,- ík ben de ENE, uw God; 8 maar zij waren weerspannig tegen mij en waren niet van zins naar mij te horen; ieder wierpen ze de afschuwelijkheden voor hun ogen niet weg en verlieten ze Egyptes keutelgoden niet; ik zei dat ik mijn gramschap over hen zou uitstorten om aan mijn woede op hen een eind te maken, midden in het land Egypte; 9 maar ik deed omwille van mijn naam anders, om mij niet te ontwijden voor de ogen van de volkeren in wier midden zij waren,- toen ik mij voor hun ogen aan hen bekend maakte als die hen zou uitleiden uit het land Egypte;” (Ezechiël 20:6-9 NB)

“Hij heeft hen uitgeleid onder het doen van tekenen en wonderen in het land van Egypte, in de Rode Zee en veertig jaren in de woestijn.” (Handelingen 7:36 NB)

“Want zelf verkondigen zij over ons wat een toegang wij hebben gehad tot u, en hoe ge u tot God hebt gekeerd, van de afgoden af om dienstbaar te zijn aan een levende en waarachtige God,” (1 Thessalonicen 1:9 NB)

“Vernedert u dan onder de krachtige hand van God, dan zal hij u verhogen in zijn tijdsgewricht,” (1 Petrus 5:6 NB)

*

 

 

L’ Éternel opérant des prodiges et des miracles

Great things being heard and seen, sings of God

One thought on “Grote dingen die werden gehoord en gezien

  1. Pingback: Wunder und Zeichen Gottes | Bijbelvorser = Bible Researcher

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s