Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 5 Toetssteen en steen van aanstoot

Kan het losgeld duidelijker worden beschreven dan het hier is gedaan? Adam, bekroond met de glorie van de perfecte mensheid, een beetje lager dan de engelen en met de eer om heerser te zijn over de werken van Gods handen, die alles verliest door de zonde, en zijn nageslacht deelt het verlies.

De uit de rode aarde of stof geformeerde mens, A’dham, had met zijn echtgenote de vrij keuze, maar was door God gewaarschuwd om niet van de Boom van kennis van goed en kwaad te eten.

Zou het dan kunnen zijn dat er de God was die in Jezus zou zijn veranderd, een hemels wezen, de Schepper van engelen en mannen, Die zich van Zijn heerlijkheid zou hebben afgezet en de glorie en eer van de volwaardige mensheid daarvan in de plaats nam; in een woord?

Onthoud dat God ‘is’, was en altijd de Allerhoogste zal zijn, maar dat men hier een Bijbels karakter heeft dat lager is dan engelen. De bijbel vertelt ons ook dat God onveranderlijk is, wat dan in tegenspraak zou zijn met zijn verandering van goddelijk wezen naar een aards wezen, dat dan nog eens lager zou zijn dan andere wezens die Hij zelf heeft geschapen.

Merk op dat Jezus

 ‘een beetje lager’ is gemaakt ‘dan de engelen’,

zoals de apostel zegt. Indien Jezus God zou zijn en deze lagere positie zou in nemen voor een doel dat zo zeker is uitgedrukt dat er geen ruimte is om het te bevragen, moeten wij er juist wel vragen bij stellen, zoals

Waarom heeft Hij zo lang gewacht om als mens neer te dalen en dan te doen alsof Hij stierf (want God kan niet sterven) en laat Hij nu nog steeds de mensen lijden?

File:V&A - Raphael, The Miraculous Draught of Fishes (1515).jpg

De miraculeuze visvangst – 1515 fresco – Raphael (1483–1520)

Als wij kijken in de Schrift is er geen plaats voor zulk een vraag want daar wordt gesteld dat Jezus, die een beetje lager is gesteld dan engelen

“voor het lijden van de dood … zodat hij bij de gratie van God de dood zou mogen smaken voor iedere mens.”

Dit maakt een aantal vragen vrij duidelijk. Het laat zien dat onze gezegende Verlosser echt een man was. Hij moest zo zijn, om een bevredigende prijs voor de goddelijke gerechtigheid te presenteren. Hij was niet ‘de Godmens’. Zulk een uitdrukking is vreemd aan de Schrift. Noch is hij beschreven als ‘God de Zoon‘, hoewel Hij ‘de Zoon van God‘ is. Het was als de mens, Christus Jezus, dat hij

“zichzelf als een losprijs gaf voor iedereen.”

Nu kan men begrijpen dat zijn verzoekingen echt waren, dat zijn gebeden tot God meer dan formaliteiten waren en dat hij zich volledig onderworpen heeft aan de Wil van God – zijn wil volledig terzijde schuivend. Ook heeft enkel zulk een nederigheid zin. Hij geeft zich zelf aan God (en niet aan zich zelf) volledig vertrouwend op zijn hemelse Vader, gelovend dat Die hem uit de dood zou op  richten. Nu is het duidelijk dat hij zichzelf opgegeven heeft, het metgezelschap dat voor hem voorzien was, zoals Eva voor Adam werd gevormd en het ras dat aldus zou zijn ontwikkeld, waardoor een prijs zou verschaft worden die overeenkomt met elke vereiste van justitie.

“Want daartoe is Christus gestorven en levend geworden: dat hij én over doden én over levenden Heer zal zijn!” (Romeinen 14:9 NB)

“zelf is hij de verzoeningvan onze zonden, niet van de onze alleen maar ook van heel de wereld.” (1 Johannes 2:2 NB)

File:Niccolò Frangipane Penitent.jpg

Penitent – 1574 – Niccolò Frangipane

Jezus heeft geen toneelstukje opgevoerd waar hij deed alsof hij stierf. Hij is werkelijk gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden, verzoening brengend voor de zonden van de hele wereld.

Door een duidelijk zicht op het losgeld te krijgen, en wat er nodig is, kunnen we ook begrijpen dat het loon van de zonde niet een leven in ellende is, maar dat het alle levens wegneemt in de dood. Als de Zoon van God de hemelse heerlijkheid zou hebben moeten verlaten, zodat hij in de natuur en de perfectie zou kunnen overeenkomen met de eerste man, wiens ras hij zou moeten verlossen, moet het zijn dat de goddelijke rechtvaardigheid even nauwgezet zou zijn met betrekking tot de straf die hij zou hebben moeten betalen voor ons. De Schrift is expliciet op dit punt. Als de oorspronkelijke schrijver werd verteld dat hij zou moeten sterven als hij gezondigd had, worden we erop gewezen dat het een eerste artikel van het christelijk geloof dat is

“… dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat,” (1 Corinthiërs 15:3 NBV)

Indien de dood eeuwige kwelling in Adams geval betekende, zou het niets minder betekenen voor Jezus, de plaatsvervanger.
Als de eeuwige kwelling het loon van onze zonden is, als de ongerechtigheid van ons allemaal op hem is gelegd en als hij onze zonden
naar de boom of martelpaal droeg in zijn eigen lichaam, moet Jezus dan nu niet eeuwige kwelling lijden? (Jesaja 53: 6; 1 Petrus 2:24.)

“Wij allen dwaalden als schapen, ieder naar zijn eigen weg hebben wij ons gewend; maar de ENE heeft op hem doen neerkomen het onrecht van ons allen.” (Jesaja 53:6 NB)

“‘Onze zonden heeft hij gedragen’, {#Jes 53:4} in zijn lichaam, op het hout, opdat wij, ontrukt aan de zonden, zullen leven voor de gerechtigheid; ‘door zijn striemen zijt gij genezen’. {#Jes 53:5}” (1 Petrus 2:24 NB)

De zaak is duidelijk: als eeuwige pijn de straf is voor onze zonden en dat Jezus het niet lijdt, zijn wij niet verlost; geen overeenkomstige prijs is betaald voor de goddelijke rechtvaardigheid, en kunnen we uitzien op niets behalve onuitsprekelijke wee voor de eeuwigheid.

Maar wij kunnen er op aan dat wij zijn verlost.
Wij zijn “gekocht met een prijs,” zelfs “het kostbare bloed van Christus.”
Hij is de pro-pitiatie (verzoening) voor de zonden van de hele wereld. Dit is zo, eeuwige pijniging kan niet de straf zijn voor onze zonden, omdat onze Verlosser, die
“het in zijn eigen lichaam draagt”,
geen eeuwige wee lijdt. Hij heeft de dood voor elke man geproefd, en het bewijs dat zijn offer bevredigend is, is dat hij door de kracht van de Vader uit de dood opgewekt is en zelfs daarna opgenomen is in het rijk van God. * Jezus had de apostelen verlaten maar niet alleen gelaten zonder hoop. Zij konden uitkijken naar een helper die op verzoek van Jezus door zijn hemelse Vader zou gezonden worden.

“18 Moge hij verlichten de ogen van uw hart, zodat ge zult weten welke de hoop is waartoe hij roept, wat de rijkdom is van de heerlijkheid van zijn erfdeel onder de heiligen 19 en wat de allesovertreffende grootheid is van zijn macht aan ons die geloven. Met dezelfde werking van de sterkte van zijn macht” (Efeziërs 1:18-19 NB)

“Als de dag van Pinksteren vervuld wordt zijn allen op die plek bijeen.” (Handelingen 2:1 NB)

Zij die in eeuwige kwelling geloven, vragen zichzelf de plechtige vraag,

“Heeft er zich ooit een losprijs, een verzoening, een overeenkomstige prijs, een voldoening, aangeboden voor wat er nodig is om te voldoen aan mijn zonden?”

Aangezien de Schrift leert over het losgeld zoveel voor ons maakt dat voorheen niet zo was, is het niet verwonderlijk dat William Tyndale, de grote Reformator, zei dat de leer van het losgeld de

“Toetssteen is om alle leringen te proberen.”

Enkele illustraties van het Loskoop-onderwijs als een “toetssteen” zijn gegeven. De student zal deze “steen” naar andere religieuze of zogenaamde Bijbel leerstellingen toepassen. Wat hij ook uit harmonie met het losgeld vindt, moet onverwijld worden afgewezen; De tijd daarbij is verspild. Hoewel er mooie gedachten zijn die uitgedrukt worden door sommigen die het losgeld openlijk of verborgen weigeren, moeten we niet gaan door hun fout meegesleept worden, ter wille van een paar goede dingen, die door de genade van God, we van zijn Woord kunnen krijgen, zonder in contact te komen met de valse leer.
Maar sommigen zullen zeggen dat de apostel ons beveelt

“maar toetst alles, behoudt het goede;” (1 Thessalonicen 5:21 NB)

Het kan niet zijn dat de apostel bedoelt dat Gods mensen zich er toe moeten zetten om zich te informeren over alle details van al het religieuze onderwijs in de wereld. Het leven is daarvoor te kort. Hij schreef zelf dat er één fundament was, Christus, en er kan geen andere grondslag liggen. Als een leer voor onze overweging wordt gepresenteerd, moeten we onze ogen en oren niet afsluiten, en als zodanig weglopen, zonder te weten wat het is. We moeten het bewijzen; En de eerste vraag zal zijn:

“Is het het eens met de ene basis, het feit dat Jezus ‘Hemzelf’ een losgeld heeft gegeven?”

Als het niet eens is, hoewel de woorden “losgeld” en “verzoening” vaak worden gebruikt, is de taak om het te bewijzen afgerond – misschien in een minuut – en zit onze verplichting erop, dan is ze volledig geloosd. Als het blijkt harmonisch te zijn met het losgeld, is het goed dat we het nader onderzoeken en alle zegeningen uit onze presentaties afleiden.

Het losgeld als een “toetssteen” zal niet alleen een test zijn van alle opleidingen die ertoe zijn gebracht, maar het kan ook een taling van de student zijn, doordat in sommige lang gekoesterde overtuigingen het kan blijken in strijd te zijn met het geloof in het losgeld. Gelukkig zal deze zijn voor wie de “toetssteen” geen “struikelblok en rots van overtreding” wordt, zoals het voor de Joden was en nu in het christendom voor velen ook zo is.

“maar wij prediken een gekruisigde Christus, voor Judeeërs wel een aanstoot, voor wereldlingen een dwaasheid,” (1 Corinthiërs 1:23 NB)

“en tot ‘een steen des aanstoots en een rots van struikeling’. {#Jes 8:14} Zij stoten zich omdat zij niet overtuigd zijn door het woord, en daartoe zijn zij ook bestemd.” (1 Petrus 2:8 NB)

File:Jesus of Africa.jpg

Wij als navolgers van Jezus Christus moeten in eenheid met hem geloof hechten aan zijn daad van overgave en aan anderen verkondigen dat hij opgehangen is voor ons. Als Loskoper erkennen wij hem en zijn er van overtuigd dat hij niet enkel verrezen is uit de dood, maar ook als levensgever voor ons klaar staat om terug te komen om de levenden en doden te oordelen. Nu is hij namelijk niet meer lager dan de engelen maar is hij verhoogd door God.

“Ver boven alle vorstelijke waardigheid en prinselijke macht. Zelfs boven elke wereldse  macht en heerschappij, en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in wat er komt.”

Vanwege zijn gehoorzaamheid tot de dood aan de martelpaal,

‘heeft God hem ook hoog verheven en hem een naam gegeven die boven elke naam is, dat in de naam van Jezus alle knieën zouden buigen, van dingen in de hemel en dingen op aarde en onder de aarde.’

Hij is uit de dood opgewekt

     “Tot een onvergankelijke en onbesmette erfenis, die niet wegvalt”

Nu het exacte beeld van de Vaderpersoon zijnde.

“20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is 21 op wie heel dat welsaamgevoegde gebouw uitgroeit tot een heilige tempel, in de Heer,” (Efeziërs 2:20-21 NB)

“6 die bestaande in de gestalte van God het niet als geroofd goed heeft beschouwd gelijk te zijn aan God, 7 maar zichzelf heeft ontledigd door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen, gelijk geworden aan mensen en in houding een mens gebleken; 8 hij heeft zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden tot in de dood, de dood aan een kruis. 9 Daarom heeft God hem verhoogd en hem genadig de naam verleend die is boven alle naam, 10 opdat in de naam van Jezus alle knie zich zal buigen van hemelingen, aardbewoners en onderaardsen,” (Filippenzen 2:6-10 NB)

“tot een onbederfelijke, onbesmeurde en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen weggelegd voor u die” (1 Petrus 1:4 NB)

“Hij is afstraling van zijn glorie en afdruk van zijn bestaan; hij draagt alles door zijn krachtig woord; reiniging van de zonden is zijn daad; hij is gezeten ter rechterhand van de majesteit in den hoge,” (Hebreeën 1:3 NB)

+

Voorgaande

Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1

Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2

Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 3 Leven, straf, dood en stof

Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs

Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden

De god zoon, koning en zijn onderdanen

Verzoening en de gekochte race

Advertisements

3 thoughts on “Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 5 Toetssteen en steen van aanstoot

  1. Pingback: Schapen en bokken 4 Addendum 2: Eeuwig branden in de hel | Broeders in Christus

  2. Pingback: Een losgeld voor iedereen 1 De Voorziening van een tweede Adam | Bijbelvorser = Bible Researcher

  3. Pingback: Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed | Bijbelvorser = Bible Researcher

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s