Bijbelteksten bij de op het hart geschreven teksten en toepassing van het nieuwe verbond

Bijhorende Bijbelteksten tot de artikelen De wet op het hart schrijven & Toepassing van het nieuwe verbond

“u van wie is gebleken dat ge een brief van Christus zijt die door ons dienstwerk opgesteld is, geschreven niet met inkt maar met geestesadem van een levende God, niet op stenen platen maar op platen van vlees-en-bloed, in harten.” (2Co 3:3 NB)

“8 hoeveel te meer zal dan niet het dienstwerk van de Geest er zijn in heerlijkheid! 9 Want als het dienstwerk dat tot veroordeling leidt al heerlijkheid is, zoveel te meer is dan het dienstwerk dat rechtvaardiging verkondigt overvloedig in heerlijkheid!” (2Co 3:8-9 NB)

“En wij allen, die met onbedekt aanschijn de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, worden naar datzelfde beeld van gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dat is door de Heer die Geest is.” (2Co 3:18 NB)

“heilig hen aan u toe door uw waarachtigheid; uw woord is een en al waarachtigheid.” (Joh 17:17 NB)

“23 Alle scharen staan versteld; ze hebben gezegd: is hij niet de zoon van David? 24 Maar de farizeeërs die dat horen zeggen: hij drijft geen demonen uit behalve door Beëlzeboel, de overste der demonen! 25 Maar omdat hij wel weet wat zij denken, zegt hij tot hen: elk koninkrijk dat verdeeld raakt tegen zichzelf, wordt een woestenij, en geen enkele stad of woning die verdeeld raakt tegen zichzelf zal standhouden; 26 en als de satan de satan uitdrijft, is hij verdeeld tegen zichzelf; hoe zal dan zijn koninkrijk staande worden gehouden? 27 en als ik door Beëlzeboel de demonen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit?- daarom zullen die rechters over u zijn; 28 maar als ik door Gods Geest de demonen uitdrijf, dan heeft dus het koninkrijk van God u bereikt! 29 of hoe kan iemand binnenkomen in het huis van de sterke en zijn spullen roven als hij de sterke niet eerst bindt?- en dán kan hij zijn huis leegroven; 30 wie niet mét mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, die verstrooit! 31 daarom zeg ik u: elke zonde en lastering zal de mensen worden vergeven, maar een lastering van de Geest zal niet worden vergeven; 32 en al wie een woord zegt ten nadele van de mensenzoon, het zal hem worden vergeven; maar al wie iets zegt ten nadele van de heilige Geest, dat zal hem niet vergeven worden, niet in deze wereldtijd en niet in de toekomstige! 33 óf ge verklaart de boom goed én zijn vrucht goed, óf ge verklaart de boom rot én zijn vrucht rot; want aan de vrucht kent men de boom! 34 adderenbroedsels, hoe kunt ge, zo boosaardig als ge zijt, goede dingen spreken?- want waar het hart vol van is dat spreekt de mond uit; 35 de mens die goed is drijft uit de schatkamer van het goede goede dingen te voorschijn, en de mens die boosaardig is drijft uit de schatkamer van het boze boze dingen te voorschijn; 36 maar ik zeg u, elk niet werkzaam woord dat de mensen spreken, daarover zullen ze een woord moeten teruggeven op de dag des oordeels; 37 want op grond van je woorden zul je worden gerechtvaardigd, en op grond van je woorden zul je worden gestraft!” (Mt 12:23-37 NB)

“4 Want zij die het licht hebben ontvangen, de gaven van het hemelse hebben geproefd, deelachtig zijn geworden aan heilige geestesadem, 5 het goede woord van God hebben geproefd en de krachten van een toekomende eeuw, 6 en afvallig geworden zijn: het is onmogelijk om hen opnieuw tot bekering te brengen, nu zij voor zich de zoon van God opnieuw kruisigen en te schande maken. 7 Want een akker die de regen die veelvuldig over haar komt opdrinkt en een gewas baart dat geschikt is voor hen door wie zij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God. 8 Maar brengt zij doornen en distels voort, dan is zij onbruikbaar en een vervloeking nabij die eindigt in een verbranding.” (Heb 6:4-8 NB)

“26 Want als wij moedwillig zondigen nadat wij de kennis van de waarheid aangenomen hebben, is er geen offerdier voor zonden meer over, 27 maar een of andere vreselijke verwachting van een oordeel, en de ijver van een vuur dat de tegenstanders gaat verteren. 28 Heeft iemand de Wet van Mozes terzijdegesteld, zonder erbarmen zal hij ‘op de mond van twee of drie getuigen’ sterven; 29 een hoeveel ergere bestraffing, denkt ge zal hij waardig worden gekeurd die de zoon van God vertrapt en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd is, als iets doodgewoons beschouwt, en de Geest van de genade tart? 30 Want wij weten wie gezegd heeft: ‘aan mij is de wraak, ík zal vergelden’; en elders: ‘de Heer zal zijn gemeente oordelen’; 31 vreselijk is het te vallen in handen van de levende God!” (Heb 10:26-31 NB)

“Maar brengt zij doornen en distels voort, dan is zij onbruikbaar en een vervloeking nabij die eindigt in een verbranding.” (Heb 6:8 NB)

“vreselijk is het te vallen in handen van de levende God!” (Heb 10:31 NB)

“1  Dus is er nu geen enkele veroordeling voor wie één zijn met Christus Jezus. 2 Want de wet van de Geest, van het leven in eenheid met Christus Jezus, heeft je vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. 3 Want dat was voor de wet onmogelijk, doordat hij stukliep op de zwakheid van het vlees. Maar God heeft zijn eigen zoon gestuurd in de gedaante van door zonde overheerst vlees, en ter wille van zonde heeft hij in datzelfde vlees het oordeel over de zonde voltrokken, 4 opdat aan de rechtseis van de Wet zou worden voldaan doordat we niet meer wandelen naar ons vlees maar naar de Geest.” (Ro 8:1-4 NB)

“En wel ons, die hij heeft geroepen niet alleen uit Judeeërs maar ook uit heidenvolkeren,” (Ro 9:24 NB)

“En daarom is hij de middelaar van een nieuw verbond: er is een dood geschied tot verlossing van de overtredingen bij het eerste verbond, en nu kunnen de geroepenen het aangekondigde aannemen van het eeuwige erfdeel.” (Heb 9:15 NB)

“tot een onbederfelijke, onbesmeurde en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen weggelegd voor u die” (1Pe 1:4 NB)

“1  Vervolgens ben ik, veertien jaren verder, weer opgegaan naar Jeruzalem, met Barnabas, en heb ik ook Titus meegenomen. 2 Ik trok óp ten gevolge van een openbaring,- en legde hun de verkondiging voor die ik predik onder de volkeren, afzonderlijk nog aan de mannen van aanzien,- opdat ik niet hoe dan ook tevergeefs hardliep of gelopen had. 3 Maar zelfs Titus die bij mij was werd, hoewel een Helleen, niet gedwongen zich te laten besnijden 4 ter wille van binnengesmokkelde leugenbroeders, die binnengekomen waren om onze vrijheid die wij in eenheid met Christus Jezus hebben te bespioneren en ons weer tot dienstknechten te maken,(-) 5 maar voor wie we zelfs niet voor een uur in onderwerping zijn geweken, opdat de waarachtige evangelieverkondiging durend bij u zou blijven.” (Ga 2:1-5 NB)

“28  (3:1) Geschieden zal het daarna dat ik mijn Geest uitgiet over alle vlees, en dat uw zonen en uw dochters profeteren zullen; uw oudsten zullen dromen dromen en uw uitgelezen jongelingen zullen visioenen zien. 29 (3:2) Zelfs over de dienstknechten en de slavinnen,- zal ik in die dagen mijn Geest uitgieten.” (Joe 2:28-29 NB)

“omdat dit het verbond is waarmee ik mij aan het huis Israël na die dagen zal verbinden, zegt de Heer: ik zal mijn wetten een plaats geven in hun denken en ze schrijven op hun harten; ik zal hun tot God zijn en zij zullen mij tot gemeente zijn;” (Heb 8:10 NB)

“7 Want als dat eerste onberispelijk was geweest, was er geen plaats gezocht voor een tweede. 8 Want hij berispt hen als hij zegt: ‘zie er komen dagen, zegt de Heer, dat ik over het huis Israël en het huis Juda een nieuw verbond zal vervolmaken,” (Heb 8:7-8 NB)

“14 Ja, in één offer heeft hij voor altijd tot voleinding gebracht die hij geheiligd heeft. 15 Dat betuigt ons ook de heilige Geest; want nadat hij heeft gezegd: 16 ‘dit is het verbond waarin ik mij verbinden zal met hen, na die dagen’, zegt de Heer: ‘ik zal mijn wetten geven op hun harten en die ook schrijven op hun denken, 17 en hun zonden en hun wetteloosheden zal ik niet meer gedenken’. 18 Maar waar vergeving is van die dingen, daar is voor zonden geen offer meer nodig. 19  Nu wij, broeders-en-zusters, vrijmoedigheid hebben voor de intocht in het Heilige, door het bloed van Jezus, 20 langs de pas-verschenen en levende weg die hij ons nieuw heeft gebaand door het voorhangsel heen, dat is: zijn vlees, 21 en ook hebben: een hogepriester over het huis van God,(-) 22 laten wij dan toetreden met een waarachtig hart, in volheid van geloof, de harten door sprenkeling ontdaan van een boos geweten en het lichaam gewassen hebbend in rein water; 23 laten wij onwrikbaar vasthouden aan het belijden van de hoop, want hij die de beloften verkondigde is geloofwaardig,” (Heb 10:14-23 NB)

“25 Want opdat ge niet alleen maar bezig zijt met uzelf, wil ik u, broeders-en-zusters, niet onkundig laten van dit geheimenis: een verharding is voor een deel over Israël gekomen, totdat de volheid der volkeren binnenkomt, 26 en zó zal heel Israël worden gered, zoals geschreven staat: ‘komen zal uit Sion de verlosser, afwenden zal hij van Jakob de goddeloosheid; 27 dit is het verbond van mij met hen wanneer ik hun zonden wegneem’.” (Ro 11:25-27 NB)

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.