Betrouwbaarheid van eeuwenoude teksten

Overleveringen en culturen

Onze en vele andere culturen zijn opgebouwd op een hele resem teksten die de tijd hebben doorstaan.

Mondelinge en schriftelijke overlevering hebben er voor gezorgd dat wij ons een beeld hebben gevormd wat er vooraf gegaan is en van wat wij ons hebben laten vormen.

Vandaag nemen wij aan dat bepaalde historische figuren hebben bestaan. Vreemd genoeg zijn er ook heel wat mensen die bepaalde figuren als bestaande figuren aan nemen terwijl zij andere figuren waar veel meer over geschreven is en ook zo veel meer bewijsmateriaal van is, als niet bestaande aannemen. Zo zijn er bijvoorbeeld mensen die beweren dat Jezus niet zou bestaan hebben, terwijl ze de oude Hellenistische filosofen wel als echt bestaande figuren erkennen.

Er zijn critici die er van uit gaan dat een langdurige mondelinge overlevering er op zou wijzen dat zulk een verhalen niet werkelijk zouden zijn of zeker niet zo zouden zijn verlopen zoals er nu nog verteld wordt. Zij wijzen er dan op dat mondelinge overlevering verminking van het verhaal bijna onvermijdelijk maakt. Hoewel dat feitelijk nog niet bij voorbaat vast-staat, is het belangrijker te weten dat het verre van zeker is dat de boodschap inderdaad generaties lang mondeling is overgeleverd voordat hij op schrift werd gesteld.

Het is geweten dat bepaalde culturen niet altijd goed zijn omgesprongen met hun mondeling overgedragen verhalen, maar ook niet altijd nauwkeurig zijn geweest met hun op schrift stelling.

Zo zijn tijdens hun verblijf in het land Kanaän de Israëlieten kennelijk nogal slordig omgesprongen met hun Schriften. Als, na een periode van intensieve Baäldienst, tijdens een tempelrestauratie onverwachts het ‘wetboek’ (vermoedelijk Deuteronomium) tevoorschijn komt (zie 2 Kon. 22 en 2 Kron. 34), is de inhoud ervan inmiddels volkomen onbekend (en dus ook niet mondeling overgeleverd!). Die houding verandert drastisch als het volk in ballingschap wordt gevoerd, en later, na de ballingschap, over de gehele antieke wereld verstrooid raakt. Ze hebben dan een sterke drang om het ‘eigene’, hun Schriften, te koesteren en te bewaren. En ze zijn daar zeer zorgvuldig in.

Schriftuurlijke overlevering

Na de Babylonische ballingschap ontstond er een speciale klasse van schrijvers om de Schriften te vermenigvuldigen. Zij waren zich er zeer bewust van hoe belangrijk de schriftuurlijke overlevering wel kon zijn. Met hun overschrijfwerk werd niet lichtzinnig omgesprongen. Zij gingen uiterst zorgvuldig te werk. Na het overschrijven gingen zij zelfs zo ver de teksten te controleren door ook alle letters te tellen en hun resultaat te vergelijken met de originele tekst. Als de aantallen niet overeen kwamen hadden ze een fout gemaakt en werd die gecorrigeerd. Ze werden spoerim(tellers) genoemd.

In de tijd van het Nieuwe Testament werden ze beschouwd als experts op het gebied van de Schrift. Nederlandse vertalingen duiden ze daarom aan als ‘schriftgeleerden’, hoewel het Griekse woord grammateus eigenlijk ‘schrijver’ betekent. Hun opvolgers waren de zgn. Massoreten (overleveraars) van de middeleeuwen. In eerste aanleg is de zgn. Massoretische tekst de grondslag voor alle uitgaven en vertalingen van het Oude Testament. Heel lang was de oudste bekende complete versie daarvan de zgn. Leningrad Codex uit 1008. In 1948 werden echter in grotten in de buurt van de Dode Zee talloze schriftrollen gevonden, waaronder alle boeken van het OT met uitzondering van Esther. Deze rollen stammen uit de periode kort voor en na het begin van onze jaartelling. Daarmee zijn ze ruim duizend jaar ouder dan de Leningrad Codex. Dit verschafte de wereld een onverwachte mogelijkheid de kwaliteit van al dat overschrijf werk te controleren. En de conclusie daarvan was dat we ons geen grote zorgen hoeven te maken. Onverwacht, voor velen, bleek datgene dat normaal als Bijbeltekst werd aanschouwd in overeenstemming bleek te zijn met die vele honderden jaren oude teksten die men nu onder ogen had gekregen. ook al konden de archeologen enkel op een duizenden stukjes puzzel kijken konden zij onder verenigde kracht de juiste plaats vinden en meerdere teksten ontcijferen.
Erg genoeg trachtte het Vaticaan geheimhouding te verkrijgen zodat de meerderheid van de mensheid de waarheid niet zou te weten komen en niet in verwarring zou gebracht worden door de nieuwe onthullingen (die enkel de Bijbelwoorden zoals opgetekend bevestigden) met de Rooms Katholieke Leer.

Tot 2009 duurde het voor de Vaticaanse geheimhouding werkelijk doorbroken werd en het materiaal tot heel wat meer mensen ter beschikking kwam.
Hierbij konden weer heel wat mensen zien hoe getrouw de al gepubliceerde werken overeenstemden met de nieuw gevonden teksten uit nog vroegere jaren.

Voor velen blijkt het heel moeilijk te verstaan dat er weldegelijk een Heel Speciale Hand achter die gewijde teksten staat. Zelfs bepaalde Christenen durven te beweren dat bepaalde Bijbelvertalingen zelfs valse teksten zouden brengen. Zij vergeten dat God zelf wel Zijn eigen Woord zo veel mogelijk zal beschermen en instaat voor het behoud en verspreiding van Zijn Woord. Toppunt bij de bepaalde anti-Bijbelvertalingen mensen is dat zij zich het meest verzetten tegen Letterlijke of woord per woord Bijbelvertalingen en zij die Gods Naam daar hebben staan waar Deze in de originele geschriften stond, mits dat die geen schijn van kans laten voor de valse leer van de Drie-Eenheid omdat het daarin steeds duidelijk is over wie er sprake is Jehovah God, de Elohim en Hoogste Heer boven alle heren, of over Zijn zoon de heer Jezus Christus.

Wij kunnen er op aan dat Jehovah de zorgvuldigheid van de Joodse schrijvers en hun eerbied voor de tekst gebruikt heeft om Zijn Woord betrouwbaar te bewaren tot in onze dagen.

Het Nieuwe Testament

Ook voor het Nieuwe testament zijn er doorheen de jaren heel wat tekstrollen en/of kopijen opgedoken die met elkaar konden vergeleken worden. Die vele handschriften van het Nieuwe Testament bewaard zijn gebleven kunnen onderling vergelijken worden zodat tot een waarschijnlijk origineel kan gekomen worden. Het vak dat zich hiermee bezig houdt heet ‘tekstkritiek’ en is een groot deel waar onze collega’s, naast deze van de archeologie, zich mee bezig houden. Wat tekstcritici doen is de aanwezige handschriften rangschikken in ‘families’ en van deze families a.h.w. stambomen opstellen (kopieën stammen immers altijd weer af van andere kopieën). Door vergelijking van de versies onderling, en met heel vroege vertalingen, kunnen vaak uitspraken worden gedaan over de originele tekst. Ook de waarschijnlijkheid dat een bepaalde overschrijffout wordt gemaakt speelt een rol.

De Textus Receptus en zijn opvolgers

In de middeleeuwen gebruikte de kerk een Latijnse Bijbel (de Vulgaat). Een hernieuwde belangstelling voor de originele tekst kwam pas met de Reformatie toen vertalers, in het voetspoor van Luther, teruggrepen op het Grieks. Luther bediende zich van één bepaalde, door Erasmus gepubliceerde (deels zelfs gereconstrueerde) tekst. Deze tekst is in de volgende eeuwen regelmatig heruitgegeven. Op grond van een opmerking van de uitgever in de uitgave van 1633 is dit de ‘Textus Receptus’ (aanvaarde tekst) gaan heten. Ook de Nederlandse Statenvertaling is daar op gebaseerd. Voor velen, ook nog in onze dagen, is deze tekst onaantastbaar, maar latere vertalers beseften dat die een te smalle basis had. We bezitten intussen een tekstbasis die veel breder en gevarieerder is. Dat heeft de betrouwbare reconstructie van de grondtekst vergemakkelijkt.

Tekstvarianten

Naargelang meer en vroegere teksten gevonden werden konden Bijbelvertalers zich verder baseren op die oudere geschriften en de Bijbelteksten nog getrouwer in beeld brengen in de vertaling.

Toch moet men zich de tekstvarianten in de meeste gevallen ook weer niet al te dramatisch voorstellen. Enkele voorbeelden kunnen dat verduidelijken. We vergelijken telkens de Statenvertaling (SV), gebaseerd op de Textus Receptus, met de NBG’51 Vertaling (NBG’51), gebaseerd op moderne tekstkritiek.

17Maar Ik zeg u, dat zoo wie zijne vrouw verlaten zal … (Matt. 5:31,SV)Maar Ik zeg u: een ieder, die zijn vrouw wegzendt … (NBG’51)

Van passief is dezelfde actie hier actief geworden.

En het schip nu was midden in de zee [het meer van Galilea] … (Matt. 14:24, SV) Doch het schip was reeds vele stadiën van het land verwijderd …(NBG’51)

De tekstversie van de SV heeft hier in feite de woorden van Mark.6:47.

… de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden. (2Pet. 3:10, SV)… de aarde en de werken daarop zullen overblijven. (NBG’51, oor-spronkelijke versie)

De eerste versie vertelt ons dat in de eindtijd alles wat aards is zal vergaan, terwijl de tweede ons vertelt dat het van zijn verhulling zal worden ontdaan om te worden geoordeeld.

Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.(1 Joh 2:20, SV) Gij echter hebt een zalving van de Heilige en gij weet dat allen.(NBG’51)

De laatste versie klinkt in het verband waarschijnlijker, maar het verschil zal niemands geloof aantasten.

Een enkele maal zijn de consequenties echter verstrekkender:

En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben … (1 Kor. 10:9, SV) En laten wij de HERE (bedoeld wordt hier: God zelf) niet verzoeken,zoals sommigen van hun deden. (NBG’51)

Paulus spreekt hier over de gebeurtenissen van het volk Israël in de woestijn, zoals weergegeven in Numeri 21:5-9. Het zal duidelijk zijn dat de gedachte dat Christus, en niet God, het volk door de woestijn zou hebben gevoerd nogal wat theologische consequenties heeft. Dat geldt ook voor de volgende variant:

Gij gelooft dat God een eenig God is: gij doet wel … (Jak 2:19, SV) Gij gelooft, dat er slechts één God is? … (NBG’51)

Het laatste klinkt waarschijnlijker uit de pen van een Jood. En het eerste lijkt te zijn ontstaan onder invloed van de leer van de drie-eenheid. Het interessante aan deze variant is overigens dat hij vrijwel geheel berust op de volgorde van de woorden in het Grieks.

Maar uiteindelijk kunnen we toch concluderen dat we ook in onze dagen een voldoende betrouwbare tekst bezitten die het ons mogelijk maakt om kennis te nemen van Gods boodschap aan ons.

+

Vindt ook onze vroegere artikelen:

  1. Vertrouwelijke geschriften
  2. Qumran rollen
  3. Simcha Jacobovicis kijk op de duif en nagels in de dode Zee rollen
  4. Dit is het Land: En Gedi

+

Aanverwante lectuur

  1. Misverstand: Dode Zee-rollen
  2. De koperen rol
  3. Het Woord van God (joods)
  4. Aldus sprak…God?
  5. Het Woord dat u verkondigd werd en wordt…
  6. Zullen wij die Bron voor u openen*…
  7. Sola Fide?
  8. ‘Ooggetuigen geweest van Zijn majesteit’…
  9. De bovenste beste theologie?
  10. Jezus’ voorouders
  11. Lukas, arts en evangelist?
  12. Preek ‘belang van Bijbellezen bij beperkingen kerkgang door corona’

2 thoughts on “Betrouwbaarheid van eeuwenoude teksten

  1. Pingback: Geloof in een Boek van God – Belgische Broeders In Christus

  2. Pingback: Geloof in een zelf te onderzoeken Boek – Belgische Broeders In Christus

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.