Ismaël “lachte” niet enkel maar was “Issaking”

Wanneer Sarah haar zoon baart, noemt ze hem “Izaäk” (Isaak) (יצחק; Yitzhaq), zeggende: “God heeft gelach (צחק; tzhoq) voor mij gemaakt; iedereen die hoort, zal met me lachen (יצחק; yitzhaq) “(Genesis 21: 6). Op de dag dat Izaäk wordt gespeend, geeft Abraham een feestmaal waarop “Sara zag [Ismaël], de zoon van Hagar, de Egyptenaar, die […]