Hoe leest u?: “Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met mijn naam JHWH ben Ik hun niet bekend geweest.”

2 En Elohim sprak tot Mosje {Mosheh/Mozes } en zei tegen hem: “Ik ben הוהי. 3 {Jehovah} “En ik verscheen aan Aḇraham {Abraham } , Yitsḥaq {Isaak }, en Ya’aqob {Jakob }̱, , als El Shaddai {De Ene Almachtige; De Enige Allerhoogste }. En bij mijn naam הוהי, was ik niet bekend bij hen? 4 “En ik vestigde ook Mijn […]