Hoe leest u? – Wat leest u?: Dat doen ze trouwens ook met de overige geschriften

Daarin staat een en ander dat door onwetende mensen wordt verdraaid.
Dat doen ze trouwens ook met de overige geschriften”

De apostel Petrus schrijft in zijn tweede brief:

Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is. Dat heeft ook onze geliefde broeder Paulus u geschreven met de wijsheid die hem is geschonken. Daarin staat een en ander dat moeilijk te begrijpen is en dat door onwetende en onstandvastige mensen, tot hun eigen ondergang, wordt verdraaid; dat doen ze trouwens ook met de overige geschriften (2 Petr. 3:15-16).

Dat wordt af en toe aangehaald als ‘bewijs’ voor de stelling dat de brieven van Paulus al in die tijd als ‘Schrift’ werden beschouw. Maar dat is wat al te kort door de bocht. Het laatste deel van dit vers kun je lezen als:

… dat doen ze trouwens ook met de overige (= andere) bron van wijsheid, nl. de Schriften”.

In het Grieks is de uitdrukking

‘de overige geschriften’

een combinatie van de beide gedachten

‘de overige bron’ en ‘de Schriften’.

Die taal laat dat toe. De NBV tracht het probleem te omzeilen door graphaite vertalen met ‘geschriften’, wat meer neutraal klinkt. Maar dat ziet voorbij aan het feit dat dit woord in het NT in alle andere (127) gevallen waar het voorkomt, altijd slaat op de Joodse Schrift(en), die wij aanduiden als het Oude Testament. Dat was een vaste groep boeken, waar niets van af kan gaan, maar waar ook niet bij zou komen. Maar dat neemt niet weg dat een woord van een apostel, gesproken of geschreven onder invloed van Gods Geest, wel degelijk dezelfde status zou hebben: een woord van God. Niet pas later, maar al vanaf het moment dat de apostelen op de pinksterdag van Jezus de Geest ontvingen.

Om te begrijpen waarom Petrus dit hier zegt, moeten we de omstandigheden in aanmerking nemen.
Zijn brief zal zijn geschreven aan dezelfde gemeenten als zijn eerste brief (zie 2 Petr. 3:1).

“Dit is, geliefden, al de tweede brief die ik u schrijf, en waarin ik door een herinnering bij u het zuivere denken tracht wakker te houden,” (2Pe 3:1 NB)

Dat zijn gemeenten in het grootste deel van het huidige Klein-Azië. Het is dus een algemeen rondschrijven. Veel van deze gemeenten (niet alle) zijn ontstaan door het predikingswerk van Paulus. We zitten inmiddels in de laatste jaren van de regering van keizer Nero, en kort vóór het begin van de Joodse opstand. Paulus zit dan al gevangen in Rome, of is wellicht zelfs al terechtgesteld. Ook Petrus is in Rome (het ‘Babylon van 1 Petr. 5:13 kan alleen maar Rome betekenen), maar is wellicht nog vrij.

“U groet de mede-uitverkorene in Babylon, en Marcus, mijn zoon;” (1Pe 5:13 NB)

In zijn eerste brief vermaant Petrus zijn lezers de overheid onderdanig te zijn en geen aanleiding te geven voor een zwaardere vervolging dan zij toch al te lijden hebben. Hij lijkt zijn lezers te willen aansporen toch vooral niet mee te doen met die Joodse opstand die hij duidelijk ziet komen. Want hij kent de profetie van Daniël dat Jeruzalem zal worden verwoest (Dan. 9:27), die Jezus ook nog eens heeft herhaald (Matt. 24:15-16, Luk 21:20-22).

“één zevendaagse lang zal hij met velen een krachtig verbond hebben; op de helft van de zevendaagse zal hij ophouden met offerdier en broodgift; op de vleugel van gruwelen is hij verwoestend bezig tot het voleindigd is, en wat vastbesloten is wordt uitgestort over een verwoester! •” (Da 9:27 NB)

“15 wanneer ge dus ‘de gruwel der verwoesting’ die voorzegd is door Daniël, de profeet, ziet staan ‘op de plaats van het heiligdom’ lezer, denk het je in! 16 laten dan wie in Judea zijn vluchten naar de bergen;” (Mt 24:15-16 NB)

“20  Wanneer ge Jeruzalem omringd zult zien door legers, onderkent dán dat haar verwoesting is genaderd. 21 Laten dán wie in Judea zijn vluchten naar de bergen; laten wie in haar midden zijn de wijk nemen naar buiten en wie in de buitengebieden zijn niet in haar binnenkomen,(-) 22 omdat dát de ‘dagen van de wrake’ zijn waarin vervuld wordt alles wat geschreven is.” (Lu 21:20-22 NB)

Wie zich bij die opstand aansluit, zou strijden tegen God. Schrijvend vanuit Rome, kan hij de dingen niet openlijk bij de naam noemen, maar zijn verwijzingen naar de eerdere verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar maken dit waarschijnlijk. Om de schijn te vermijden dat hij iets verkondigt dat in gaat tegen Paulus, zoekt hij echter aansluiting bij Paulus’ prediking, die zij immers kennen. Maar dan moet hij er ook op wijzen dat sommigen aan die woorden van Paulus een andere uitleg geven. En daar doelt hij op in dit vers. Want er waren meerdere kanalen waardoor God tot de gelovigen kon spreken: door de Schriften (ons OT), door Jezus, en door de geïnspireerde woorden, mondeling of schriftelijk, van de door Jezus aangestelde apostelen. Geen van deze bronnen mochten ze ter zijde schuiven of veronachtzamen, en al helemaal niet verdraaien. Want in al deze gevallen betrof dit het Woord van God. In zijn brief aan Korinte schrijft Paulus de ene keer:

“Hun, die … beveel niet ik, maar de Here …” (1Kor. 7:10, NBG’51),

en de andere keer:

“Maar tot de overigen zeg ik, niet de Here … (vs 12).

Voor het eerste kan hij verwijzen naar iets dat Jezus al bij zijn leven op aarde heeft verkondigd, en voor het andere geeft hij een aanvullende regel, maar beide zijn Gods woord. Het betekent echter beslist niet dat het ene Gods wil is, en het andere ‘alleen maar’ de mening van Paulus. De komende val van Jeruzalem, de verwoesting van de tempel en het definitieve einde van de offerdienst van het Oude Verbond zou daadwerkelijk een ‘eindtijd’ zijn (1 Petr. 4:7).

“Het einde aller dingen is nabij. Komt dan tot bezinning en blijft nuchter voor gebeden.” (1Pe 4:7 NB)

Daarom herinnert Petrus hen eraan dat die ‘eindtijd’ zich, volgens datzelfde woord van Jezus zou kenmerken door valse leer en valse leraars (Matt. 24:10-13).

“10 dan ‘zullen velen struikelen’ en elkaar prijsgeven en elkaar gaan haten; 11 veel namaakprofeten zullen ontwaken en velen op een dwaalspoor brengen; 12 zo overvloedig wordt de verachting van de Wet dat de liefde van velen zal verkillen; 13 maar wie volhardt tot aan de voleinding, die zal worden gered!” (Mt 24:10-13 NB)

En dat zou zich niet beperken tot verdraaiing van ‘de Schriften’, maar ook van de woorden van Jezus, of – in dit geval – van de (door Gods Geest geïnspireerde) woorden van de apostelen.

R.C.R.

+

Voorgaande

Hoe leest u? – Wat leest u?: Eeuwig – eeuwige en eeuwigheid

++

Aanvullende lectuur

  1. De Wederkomst en de eindtijd #1 Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan
  2. De nacht is ver gevorderd 13 Studie 3 Lessen uit het verleden 2 Joodse opstand van 66

One thought on “Hoe leest u? – Wat leest u?: Dat doen ze trouwens ook met de overige geschriften

  1. Pingback: Hoe leest u? – Wat leest u?: Wie achter Mij aan wil komen moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Mij volgen | Bijbelvorser = Bible Researcher

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.